zondag 6 september 2015

Balansverslag

Balansverslag
Veerle Van den Meerschaut, V5c

De balans: mijn leesgedrag van brugpieper tot vijfdeklasser!
Hier in de vijfde klas zijn er veel dingen veranderd sinds ik in de brugklas ben begonnen. In de brugklas las ik vooral voor mijn plezier - voor ik ging slapen bijvoorbeeld. Nu lees ik eigenlijk alleen nog maar voor school. Dat is jammer natuurlijk, maar niet per se slecht: op school heb ik geleerd om "buiten de lijntjes" te lezen. Dat wil zeggen, buiten mijn referentiekader. In de derde klas lazen we gezamenlijk de literaire thriller "Het gouden ei" van Tim Krabbé. Voor we hieraan begonnen, las ik eigenlijk nooit thrillers omdat me dat veel te eng leek. Maar toen we het boek uit hadden, wilde ik eigenlijk alleen maar meer! Ik heb daarna in de zomervakantie veel jeugdthrillers met plezier verslonden. Die boeken waren speciaal voor jongvolwassenen zoals ik geschreven, dus de boeken waren wel aardig op niveau. Voor school heb ik echter boeken gelezen met een iets hoger leesniveau, zoals "De kleine blonde dood", al was dit niet echt mijn favoriet.. 
Ondanks mijn recentelijk ontdekte liefde voor thrillers, hecht ik nog altijd veel waarde aan enigszins "vrolijke" verhalen. Mijn favoriete boek is dan ook nog steeds hetzelfde als in de eerste klas, namelijk "Maaike en Domenico" van Suzanne Wittpennig. Ik heb laatst deel 9 gelezen, en ik ben er nog net zo verliefd op als op deel 1, die ik in de eerste klas heb gelezen. Ik denk dan ook dat Suzanne Wittpennig mijn favoriete schrijfster is, omdat ze mijn keuzes en mijn leven als puber heeft beïnvloed met haar boeken. Het is jammer dat ik in de vijfde klas geen verslagen mag schrijven over vertaalde boeken, aangezien mijn favoriete serie uit het Duits is vertaald. Het thema van die serie spreekt me aan omdat het betrekking heeft op mijn leven op de middelbare school, en nog een korte periode daarna op de universiteit. Identificeren met de hoofdpersoon vind ik een belangrijk aspect in een boek. Verder lees ik veel verschillende genres: thrillers, drama, science-fiction, en jeugdromans. 
Mijn leessmaak is dus niet zoveel veranderd in de afgelopen jaren, op een nieuw toegevoegd genre na. Dezelfde boeken spreken mij nog altijd aan, maar nu op een hoger leesniveau. In de toekomst zal ik waarschijnlijk nog een aantal boeken gaan lezen, maar dan vooral voor school. Voornamelijk omdat ik in mijn vrije tijd helemaal niet zo vrij ben, en meer andere dingen moet doen. Toch zou ik "Twee tranen" of "De volmaakte verdwijning" van Derwent Christmas nog graag willen lezen. Het blijft interessant dat een docent op onze school in zijn vrije tijd romans schrijft.

zaterdag 30 mei 2015

Leesautobiografie

Mijn leesautobiografie
Veerle Van den Meerschaut, V4c

Vroeger
Vroeger werd ik veel voorgelezen. Mijn ouders lazen me elke avond voor het slapen gaan voor uit boekjes als "Jip en Janneke" van Annie M. G. Schmidt. Mijn oppas deed dit ook graag: haar naam was namelijk Janneke en dit vond ze wel grappig. Een van mijn favoriete boekjes was dat van "Muisje andersom" van Anita Jeram.  

Op de basisschool zat ik graag in de zogeheten leeshoek, om de boekjes van de "ik leer lezen"-reeks door te spitten. Mijn juffen en meesters lazen tot lang door: mijn meester in groep 7 las voor uit "Spijt", van Carry Slee. Mede om ons te laten inzien dat pesten heel verkeerd was. 

Bij ons thuis wordt er veel gelezen. Mijn zusje van vier en mijn broertje van één worden nog elke avond voorgelezen, en soms mag ik dit ook doen. Ik vind het leuk omdat de kindjes vragen stellen over het verhaal en echt geboeid zijn. (Niet alleen in de plaatjes!)

Van de eerste tot de derde klas heb ik nog steeds veel gelezen, vooral in de zomer tijdens vakanties. Ik las dan de reeks "Maaike en Domenico" van Susanne Wittpennig. Dat is nog steeds een van mijn favoriete series, maar ik mag deze helaas niet lezen voor Nederlands of Engels, omdat het een boek is dat uit het Duits vertaald is. Verder las ik veel Mel Wallis de Vries. Zij schrijft jeugdthrillers. We moesten wel boekverslagen maken maar we waren altijd vrij om te kiezen welk boek: daarom heb ik toen al wel een verslag gemaakt over "Maaike en Domenico". 

Mijn persoonlijke top 5
1. Maaike en Domenico - Susanne Wittpennig. De serie is 9 delen lang (tot nu toe!) en in die 9 boeken leer je de hoofdpersonen kennen alsof ze je vrienden zijn. Ik vind de omgeving waarin de boeken zich afspeelt ook mooi. Het grootste gedeelte van de tijd zijn ze in Berlijn, maar het mooist beschreven vind ik toch wel Domenico's thuis: Sicilië.
2. Verraad - Abigail Haas. Dit boek is op een aparte manier geschreven. Het begint in de rechtszaal: er is dus een moord gepleegd. Het hele boek is geschreven "vanuit" de rechtszaal, met flashbacks waarin je te weten komt wat er nou eigenlijk is gebeurd.
3. Dromendochter - Laini Taylor. In "Dromendochter" lees je over een meisje met knalblauw haar en overal tatoeages, dat tanden van mensen verzameld en ze doorgeeft aan een wezen dat "duivel" wordt genoemd. Deze "duivel" geeft mensen munten voor wensen in ruil voor tanden, en Karou (de dromendochter) is de tussenpersoon voor de duivel en de mensen. Ze weet niet wie ze is of waar ze vandaan komt, maar dat leer je terwijl je het boek leest.
4. Rosa in New York - Francine Oomen. Als je de "Hoe overleef ik"-serie hebt gelezen, ken je Rosa al vanaf klas 1. Nu heeft ze een tussenjaar in New York voor ze gaat studeren. Ik vond het leuk om dit boek te lezen omdat het een verhaal is waar ik me in kan verplaatsen. Verder is het gewoon erg grappig geschreven.
5. Klem - Mel Wallis de Vries. Dit was het eerste boek van Mel Wallis de Vries dat ik las, en daarom heeft het een speciaal plekje in mijn hart. Na dit boek ben ik enigszins verslingerd geraakt aan haar jeugdthrillers.

Wat voor lezer ben ik? 
Ik ben een gevarieerde lezer. Ik hou van een luchtig boek over het leven van een tiener op z'n tijd, maar lees ook graag science-fiction of thrillers. Ik kan boeken van niveau 3 aan, maar lees vooral wat me interessant lijkt.

Plannen voor de vierde
Aangezien ik mijn verslag veel te laat inlever en de vierde dus al ongeveer achter de rug heb, kan ik beter vertellen welke boeken ik HEB gelezen. Want dat is wederom variërend. Ik heb een zielig boek gelezen over de dood van een klein blond zoontje van een schrijver (de kleine blonde dood), een soort psychologische roman over een zoektocht naar een pinpas (Magnus) en dan nog een luchtiger boek over 3 tieners die van het leven proberen te genieten (het leven is vurrukkulluk). Ik ben van plan om in de vierde ook wat meer thrillers te gaan lezen. "De verdwijning" van meneer Derwent Christmas lijkt me daar een goed begin voor! 

maandag 25 mei 2015

Boekverslag 'Het leven is vurrukkulluk', door Remco Campert

Het leven is vurrukkulluk
Remco Campert



Mijn mening over het boek: 
Dit boek vond ik een stuk luchtiger om te lezen dan de twee vorige boeken die ik heb gehad. 'Het leven is verrukkuluk' gaat er vooral om dat je moet genieten van het leven, en dat willen de hoofdpersonen dan ook erg graag doen. Want vanbinnen zijn ze eigenlijk diep ongelukkig, maar dat proberen ze te verbergen door stoere dingen te doen als roken, stelen, flirten en proberen elkaar in bed te krijgen. Het is een heel ander genre dan de boeken die ik hiervoor heb gelezen, maar ik vond het erg prettig voor de afwisseling. 

Samenvatting: 
In Het leven is vurrukkulluk volgen we verschillende personages op hun pad. Zo is er Mees, die probeert Panda zijn bed in te krijgen maar die absoluut geen vaste relatie wil. Samen met zijn vriend Boelie werkt hij aan een musical, maar daarvan is Panda niet onder de indruk. Een oude, enigszins seniele man loopt achter de twee vrienden en Panda en als hij naast hen komt zitten op het bankje besluiten ze hem neer te slaan en hem te beroven. Intussen heeft Boelie een interview met een journalist, waarin geen van beide ook maar een poging doet om de echte Boelie weer te geven, waarna Boelie meegaat naar het huis van de journalist. Daar ontmoet hij diens vrouw, Etta, een gebroken persoon.  Hij probeert haar te verleiden en breekt met haar in bij de buren. Hij heeft haar bijna in bed als de buren thuiskomen. Verder spelen de oude man, Tjeerd, die hem wil helpen, en Rosa, de toiletjuffrouw ook nog een rol. Aan het eind vindt er nog een feest plaats waarin alle karakters op een manier een rol spelen.

Bron: http://www.deleesfabriek.nl/2011/11/het-leven-is-vurrukkuluk/

Een fotocollage bij het boek:
In deze collage wordt het verhaal beschreven van de twee vrienden die Panda ontmoeten en beginnen te flirten, en vervolgens van het 'vurrukkullukke' leven gaan genieten door onder andere te stelen, cannabis te roken (marijuana), een oude man in elkaar te slaan en te bestelen, en in een huis in te breken.  




Boekverslag 'De kleine blonde dood', door Boudewijn Buch


De kleine blonde dood
Boudewijn Buch

                                                                          



















Mijn mening over het boek:
Ik vond dit boek iets meer verwarrend om te lezen dan de vorige, Magnus, omdat de verhaallijnen vooral in de eerste hoofdstukken erg door elkaar liepen. Er zijn er 2: het heden, waarin Boudewijn vertelt over zijn zoontje Micky die een ongeluk krijgt, en zijn vrouw Mieke en hun relatie. De tweede verhaallijn speelt zich af in het verleden: de jeugd van Boudewijn. Zijn vader had een trauma opgelopen van de Tweede Wereldoorlog die hij overleefd had, en werd daardoor onberekenbaar en niet echt een goede vader voor Boudewijn en zijn broers. Het is een erg triest verhaal, dat je aan het denken zet. Heel anders dan mijn vorige boek: dat was al met al toch best luchtig vergeleken bij dit verhaal waarin een man zijn vijfjarige zoontje en zijn getraumatiseerde vader kwijtraakt.. 

Samenvatting:
Het boek gaat over Boudewijn Büch. Het verhaal wordt in twee delen verteld. Het eerste deel gaat over de jeugd van Boudewijn. Zijn vader Rainer heeft een ernstig oorlogstrauma opgelopen in de Tweede Wereldoorlog. Niet alleen hij, maar ook de rest van het gezin heeft hier erg veel last van. Hij mishandelt zijn vrouw en zonen en is fel anti-Duits. Er komt bv. ook geen televisie in huis, want moeder is bang dat hij naar series over de oorlog gaat kijken waar hij niet tegen kan. Boudewijn heeft duidelijk een ongelukkige jeugd.

Het tweede deel van het boek gaat over het vaderschap van Boudewijn. Hij krijgt samen met Mieke, zijn vroegere lerares Engels die veertien jaar ouder is, een kind. Het jongetje heet Micky. Aangezien Mieke een drankprobleem heeft, neemt Boudewijn de zorg voor Micky op zich.

Als Micky vijf jaar is, valt hij in zijn moeders appartement van de trap en raakt in coma. De val is het gevolg van een geknapt gezwel in de hersenen. Boudewijn kiest ervoor om een einde aan het leven van zijn zoontje te maken. Hij heeft het hier erg moeilijk mee.
In het laatste hoofdstuk worden herinneringen van Boudewijn beschreven, zowel over zijn vader als over Micky. 


Bron: http://www.zoekboekverslag.nl/frameset.php?id=6882

Mindmap bij het boek:






zondag 9 november 2014

Boekverslag 'Magnus', door Arjen Lubach


Magnus
Arjen Lubach





Mijn mening over het boek:
Ik vond het een leuk boek om te lezen, omdat je gaat meedenken en meevoelen met Merlijn. De sympathie die zich ontwikkelt komt grotendeels door de epilepsie waar hij al zo lang aan lijdt, en waardoor hij als 27 jarige de simpele dingen als autorijden niet kan doen. Het boek zelf is opgebouwd uit 3 aktes, en 2 verhaallijnen. De eerste verhaallijn, waarin Merlijn in flashbacks vertelt over zijn ontmoeting met Caro en hun relatie vond ik goed passen bij de tweede verhaallijn, het heden. Je krijgt precies op tijd te weten wat je nodig hebt. Vooral de tweede verhaallijn was spannend, omdat daarin de hele zoektocht naar Magnus, de man die Merlijn's creditcard gebruikt, wordt beschreven.



Samenvatting:
De niet zo bekende jonge toneelschrijver Merlijn Kaiser heeft het moeilijk: zijn grote liefde Caro (op wie hij al verliefd is sinds de stedenreis in 5 vwo) heeft hem verlaten voor een Amsterdamse singer-songwriter, hij bezoekt zijn vrienden niet meer en hij krijgt de epilepsie waar hij sinds zijn achtste aan lijdt, niet onder controle. Dan gebeurt er plots iets erg vreemds: hij wordt opgebeld door de fraudebestrijdingsdienst van zijn creditcardbedrijf, met de vraag of hij een paar dagen geleden in een Zweeds pretpark zo'n 1650 euro heeft uitgegeven. Hoewel Merlijn zelfs nooit in Zweden is geweest, zegt hij: 'Ja.' Plotseling heeft Merlijn een nieuw doel in zijn overhoop gegooide leven: de dief van zijn creditcardgeld opsporen in Stockholm, Zweden. Hij werkt aan een nieuw toneelstuk en van het voorschot dat hij heeft gekregen kan hij makkelijk op reis. Eenmaal in Zweden blijkt de zoektocht naar de fraudeur zich ongemerkt uit te breiden. Hij ontmoet mensen die hem een heel andere kijk geven op zijn eigen leven en doet een schokkende ontdekking.

Bron: http://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/m/magnus/ 




Interview met Arjen Lubach:
Arjen Hendrik Lubach, geboren op 22 oktober 1979 in Groningen, schreef dit boek in 2011. Voor ‘Magnus’ schreef hij onder andere: ‘Mensen die  ik ken die mijn moeder hebben gekend’ (2006), ‘Bastaardsuiker’ (2008) en ‘IV’ kwam erna (2013). Ook heeft hij voor radio en TV geschreven, en treedt op met zijn theatergezelschap ‘Op Sterk Water’. Ik stelde hem een paar vragen over ‘Magnus’.

Wanneer ben je begonnen met schrijven?
“Ik ben begonnen met het schrijven van boeken in 2005, en het resultaat is ‘Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend’. Verder schrijf ik voor onder andere ‘De Wereld Draait Door’, ‘Koefnoen’, en diverse scenario’s voor film en televisie. Het liefst doe ik niks anders dan schrijven, maar dat zal wel niet lukken.”

Hoe schrijf je? En wanneer?
“Ik schrijf eigenlijk altijd op de computer, dat werkt het fijnste. Natuurlijk heb ik ook altijd een notitieboekje bij me, voor als er ineens iets geniaals bij me opkomt, maar daar schrijf ik geen hele verhalen in.
Ik schrijf het liefst ’s ochtends, ’s avonds is mijn hoofd te vol. Na het ontbijt meteen aan de bak!”

Heb je altijd al schrijver willen worden?
“Ja, al zei mijn vader dat het schrijven van een roman niet zomaar ging. Het liefst schrijf ik voor de rest van mijn leven, maar dat zal waarschijnlijk maar een droom blijven.”

Je schrijft niet alleen romans, maar ook thrillers, cabaret, filmscenario’s en theaterstukken. Hoe heb je het voor elkaar gekregen om al die dingen te doen?
“Haha, ik ben er eigenlijk gewoon aan begonnen en heb nooit opgegeven. Als je ergens goed in bent, gaat het vanzelf. Radio heb ik na een tijdje wel opgegeven, omdat ik daar niet in doorgroeide.”

De hoofdpersoon, Merlijn Kaiser, lijkt in sommige opzichten op jou, heb je dat expres zo gedaan
“Ik denkt dat het enigszins onbewust zo is gekomen. Merlijn is van ongeveer mijn leeftijd, is ook een schrijver en hij verlangt naar thuis.”


Het motto van het boek is ‘Soms ben ik in mijn eigen huis. Dan zit ik thuis, op mijn bank en dan denk ik: ik wil naar huis.', komt dat voort uit jouw eigen verlangen naar dat thuisgevoel?
“Ja, mijn moeder is overleden toen ik 12 jaar oud was. Daardoor was het gevoel van thuis anders geworden. Het werd nog vreemder toen mijn vader opnieuw trouwde, en later nog toen ik op mezelf ging wonen.”


Het boek speelt zich voor een groot deel in Zweden af, heb jij zelf veel met Zweden?
“Ja! Ik spreek Zweeds als een soort hobby, en ik kom er graag. Ik vind Zweeds de mooiste taal die er bestaat! Ik was altijd jaloers op de mensen die Zweeds konden praten, als we daar op vakantie waren.”

Nog een vraag over je privé-leven en het boek: Magnus gaat over een verbroken relatie. Komt dat daar ook vandaan?
“Ja, wel ongeveer. Maar toen het boek verscheen was het weer aan, dat is het nu nog steeds. We wonen niet samen omdat schrijven egoïstisch werk is. Ik krijg soms midden in de nacht inspiratie, en dan wil ik alle lichten aandoen en meteen verder. Dat kan niet als je samenwoont. Ik vind het niet heel erg: zoals het nu is, is het goed. Het personage Caro is echter gebaseerd op een jeugdliefde die ik had, al was die lang niet zo romantisch als in het boek. We hebben maar twee weken iets gehad..”

Bedankt voor dit interview, ik hoop nog veel van je te gaan zien!
“Oh dat komt wel goed: mijn stukken zijn overal, haha!”